vrijdag 27 februari 2009

Wederom Kwaliteit (deel 3)

Het regent buiten. Wat een snertweer. Na de prachtige witte daken van de winter is dit druilerige weer werkelijk mistroostend. Een dag waarop je eigenlijk liever niet naar buiten gaat. Zeker niet een dag die je wil hebben tijdens je Carnavalsvakantie. Er zit niets anders op dan de PC aanzetten en je moedeloosheid delen met anderen.

Gelukkig is daar Twitter. Ik schrijf een kort berichtje over mijn huidige gemoedstoestand en niet lang daarna komen medestanders met hun reacties. Gelukkig maar dat er anderen zijn die ook zo over de dingen denken als ik. Ik voel me een stuk beter. Iemand reageert dat ze in een bushokje staat en straks blij is als ze thuis met haar slofjes op de bank kan zitten. Weer een ander kijkt op tegen het uitlaten van de hond. Wie wil er nou in dit snertweer buiten zijn?

Ik woon langs een oude kerk en terwijl ik dit zo intik zie ik hoe dit gebouw er bijna wenend bij staat. Als het ’s avonds vroeg donker is dan schijnt er soms wat licht door de ramen naar buiten. Het glas in lood brengt de meest fantastische vormen en kleuren voort. Is het daarbij ook nog ietwat mistig dan lijkt deze kerk zo uit droomvlucht geplukt te zijn om voor mij te schijnen. Als dan ook nog het kerkkoor aan het zingen is, dan kan ik helemaal mijn ogen niet van die kerk afhouden. Als ware het een mooie vrouw.

Toen ik hier net woonde had ik speciaal mijn PC bij het raam gezet, zodat ik lekker vaak over de rand van het beeldscherm de kerk kon zien. Maar na een tijdje heb je dat ook wel gezien. Ik keek steeds minder vaak naar die kerk. Ik raakte gewend aan het uitzicht. Eigenlijk begon het vrij snel te vervelen. Ik kijk nog maar zelden op naar het gebouw en kan er in ieder geval al lang niet meer met diezelfde intensiteit naar kijken als die eerste paar maanden toen ik hier woonde.

Raar eigenlijk, want die kerk is niet anders. Die kerk is niet lelijker geworden. Het moet dus wel aan mij liggen. Ik heb ‘m te vaak gezien. Net als het schuurtje wat ze tegen de kerk aangebouwd hebben. Dat schuurtje heb ik overigens altijd al lelijk gevonden. En iedereen is het daarover eens die bij mij op bezoek komt. ‘Mooie kerk, jammer van dat schuurtje’. Typisch dat iedereen die kerk mooi vindt en tegelijkertijd dat schuurtje lelijk.

Mensen die op bezoek komen vinden trouwens nog steeds die kerk mooi. Ik zou bijna willen vragen: “Goh, kun je vertellen waarom je die kerk zo mooi vind, ik ben het niet vergeten, maar ik wil zo graag dat WOW-gevoel nog eens hebben.” Dat gevoel wat ik wel heb als het dus een beetje mistig is en als de lampen in de kerk aan zijn en als het koor zingt. Dan heb ik het nog wel. Dan wordt je overrompeld door schoonheid. Er komt dan een brede glimlach op mijn gezicht. En pas daarna begin ik te herkennen wat ik zie en wat ik mooi vind.

Net als nieuw gerecht wat je eet. Eerst ervaar je ‘Lekker’. En daarna komt pas de indeling van smaken die erbij horen. Je eerste indruk is letterlijk en figuurlijk onbeschrijflijk. Zodra je aan een ander tracht uit te leggen wat er nou zo lekker aan is, ben je het al kwijt. En al zou je het kunnen omschrijven, dan nog evenaart het nooit die directe ervaring die je bij die eerst hap had.

Wat voor dat mooie gebouw geld, geld ook voor lekker eten. Eerst komt dat gevoel, die ervaring. Genieten. Ga je het daarna uitleggen dan raak je compleet in de war. Je kunt alleen maar iets ‘bij benadering’ omschrijven. Schoonheid of Lekkerheid valt niet uit te leggen. En al helemaal niet te analyseren. Net als bij liefde op het eerste gezicht. Dat is zo ontzettend wonderlijk. Ga je analyseren waarom je jezelf juist bij die persoon zo voelt, omdat je wil weten welke eigenschap van de dame of heer het is dat jou zo laat voelen, dan blijft er weinig wonder over. Je analyse maakt het stuk.

Ik bedenk ineens dat ik toch nog echt boodschappen moet doen. Verdorie. Ik heb sowieso weinig zin om mezelf door een winkel heen te leuren en al helemaal niet met dit weer. Maar goed. Ik trek mijn jas aan en loop tussen de plassen door naar de winkel. Iedereen in de winkel kijkt net zo vrolijk als ik. Allemaal mensen die geen zin hebben om hier te zijn. Allemaal mensen die op één of andere manier een soort ongelukkigheid uitstralen. Wat is er met hen en met mij aan de hand. We zouden juist blij moeten zijn dat we slechts naar een winkel hoeven te gaan om vanavond te kunnen eten. Ik zou juist blij moeten zijn dat ik niet in dit weer in een plaggenhut een maaltje moet bereiden. Verdikkeme, dat had ik al helemaal niet moeten denken. Nu voel ik me naast chagrijnig ook nog schuldig daarover. Waar was ik..

Zodra je echte kwaliteit probeert te ontrafelen is het alweer vervlogen. De kerk voor me bijvoorbeeld. Ik zou als een ware wetenschapper het object kerk kunnen analyseren op zoek naar de ‘schoonheid’ of ‘mooiheid’ van die kerk. Ik vind de toren bovenop het dak een zeer geslaagd ornament. Die zou ik als eerste analyseren. In de huidige wetenschap denken we in subjecten en objecten. Ik ben het subject en de kerktoren het object. Als geslaagde wetenschapper zou ik weten dat schoonheid een eigenschap is van die toren. Maar waar in die toren dan precies? Ik vrees dat ik eerst de toren en daarna de hele kerk steen voor steen uit elkaar zou peuteren op zoek naar die ene steen die deze kerk zo mooi maakt.

In het onderwijs zou ik heel morbide een populair kind op eenzelfde wijze uit elkaar kunnen trekken op zoek naar wat dit kind zo populair maakt. Er is geen enkele cel noch hersencel of DNA of wat dan ook wat ervoor zorgt dat het kind zo populair is. Maar toch is dat kind populair. En precies zo is met het de kerk ook. Hij is prachtig, maar wat maakt het zo mooi?

De manier waarop we de wereld benaderen helpt geen steek met onze zoektocht naar kwaliteit. Als we alles in stukjes hakken - in de hoop te vinden welk stukje het geheel nou zo prachtig maakt - blijft er niets over. En dat in stukjes hakken gebeurt al zodra we onze mond open doen om te vertellen waarom we vinden wat we er van vinden. Echte schoonheid is een directe ervaring. Je bent één met dat andere. Sterker nog. Bij elke ervaring is er allereerst enkel Kwaliteit en pas daarna kom jij weer en hetgeen waarnaar je kijkt of luistert. Je ging er helemaal in op en pas daarna kwam de analyse pas. Kwaliteit eerst, subjecten en objecten daarna pas.

Heel dat subjecten en objecten gedoe is heel lang handig geweest, maar heeft zijn beste tijd inmiddels gehad. Het is tijd voor een nieuwe bril. Wat zou er gebeuren als we niet de objecten zoals een kerk in stukjes gingen hakken, maar de kwaliteit. Wat als schoonheid of lekkerheid of welke waarden dan ook als fundament van onze wereld zouden dienen? Wat zou er dan gebeuren?

“Het idee dat de wereld is samengesteld uit niets anders dan waarden klinkt aanvankelijk onmogelijk. Alleen objecten worden als iets werkelijks beschouwd. Kwaliteit wordt opgevat als een vaag marginaal begrip dat uitdrukt wat wij van de objecten vinden” – Pirsig

Ik loop door de winkel en kijk naar de overmatige aanwezigheid van reclameborden. Teksten die pakkend zouden moeten zijn. Lachende gezichten op posters. Wat een trieste aanblik. En dan dat muziekje op de achtergrond. Ooit was het een prachtig nummer waar ik echt dol op was. Maar nu. Te nep gewoon. Ik krijg het benauwd. Ik moet hier weg. De jongen achter de kassa is vriendelijk. Precies zoals het moet. Hij vraagt precies de goede vragen en zijn handelingen zijn precies snel genoeg. Hij wenst me een fijne dag. De boodschappen passen precies in de boodschappentas en ik zet mijn mandje bovenop de stapel met mandjes. Het past precies. Ik begin te walgen van deze correctheid. Alles klopt gewoon. De hele winkel, de jongen achter de kassa, de winkelmandjes.. Alles is perfect. Ik krijg het warm en wordt zelfs een beetje kwaad. Maar waarom? Ik reken af en ben geheel tegen mijn verwachtingen in weer blij dat ik buiten in de regen sta. Daar blijf ik staan. Lekker.

In plaats van de wereld onder te verdelen in dingen en gedachten is het wellicht interessant om te proberen de wereld opnieuw op te bouwen met kwaliteit als hoofdingrediënt. Kwaliteit heeft duidelijk twee gezichten. Net als de kerk. Die kerk voor mijn raam had aanvankelijk een geweldig effect op mij. Ik vond ‘m prachtig. Net als een prachtig lied wat je voor het eerst hoort. Verwondering. Als liefde op het eerste gezicht. Het gevoel van één zijn. Ik kan dat hebben als ik een blogpost schrijf. Of als ik zit te tekenen. Een soort workflow. Zen. Alsof je op een surfplank op een golf van inspiratie totaal vergeet waar je bent en hoe laat het is. Pirsig noemt dit ‘Dynamische Kwaliteit’ Je zit als het ware op een trein, maar voor je ligt nog geen spoor. Je bent op de snede van de ervaring. Helemaal in het nu.

Het tweede gezicht van de kwaliteit noemt Pirsig de statische kwaliteit. Dat wat voortkomt uit de dynamische kwaliteit moet soms goed vastgehouden worden anders is het weg. Een stuk muziek wat opkomt in het hoofd van Bono van U2 vervliegt weer als ie het niet snel opschrijft. Dankzij de statische kwaliteit blijft al het goede van de dynamische kwaliteit bestaan. De statische kwaliteit zijn de sporen achter de trein. Het vormt de bodem waarop we verder gaan. Zodra een bepaalde kwaliteit algemeen is, is hij statisch en heeft hij nog steeds kwaliteit, maar brengt ons niet meer die thrill die we van dynamische kwaliteit krijgen.

De kerk had voor mij aanvankelijk dynamische kwaliteit. Het was nieuw en het maakte oprecht indruk op mij. Maar na verloop van tijd.. Ik vind de kerk nog steeds mooi, maar dat WOW- gevoel is weg. Zo verging het met veel dingen. Mijn eerste mobiele telefoon was helemaal het einde. Ik was oprecht onder de indruk van het ding. Nieuwe liedjes uit de top 40 hebben mij soms tot tranen bewogen. Maar ook die worden statisch en dus gewoontjes. Och, en nog maar te zwijgen over mijn verliefdheden. Dynamische kwaliteit ten top! Maar de statische kwaliteit om die liefdes te bewaren ontbraken meer dan eens.

Dankzij de statische kwaliteitspatronen bestaat er zoiets als een waterleiding. Dat was ooit een briljant idee wat is blijven hangen. Zo ook riolering en de gloeilamp. Maar denk ook aan ideeën zoals ‘regeringen’ en ‘democratie’. In de natuur was fotosynthese of de ‘uitvinding’ van het oog van hoge kwaliteit. Statische kwaliteit is nodig. Zonder die vastgelegde patronen is er geen groei mogelijk en blijft de dynamische kwaliteit een vormeloos iets.

Zo heeft onze supermarkt bedacht om plastic mandjes te gaan gebruiken. En om dat ene liedje te draaien. En om het personeel te trainen in wat ze moeten zeggen tegen de klanten, want dat is netjes. Zoals het hoort. Overtuigende reclameborden met felle kleurtjes en lachende gezichten. Perfecte statische kwaliteiten. Ooit dynamisch ontstaan en goed bevonden. Maar nu inmiddels stoffig en duf. Nee, Walgelijk. Met die statische kwaliteit wil ik niets te maken hebben. Weg hier. Een totale absentie van dynamische kwaliteit. Als die jongen achter de kassa nu had gevraagd: “Kutweer he?” en dan was gaan blozen omdat ie woordjes zegt die hij niet mag zeggen tegen klanten, dan had ik oprecht genoten. Maar zou hij dat dan weer elke keer vragen, dan vind ik het verschrikkelijk.

Deze supermarkt is gedoemd zijn deuren te sluiten als ze alleen maar statische kwaliteit herbergt. Het zou imploderen onder zijn eigen strakke en strikte regels. Zonder dynamische kwaliteit blijft dit een dooie bedoeling waar – hoe netjes en verzorgt alles ook is – de winkelier zo snel mogelijk weer weg wil zijn.
Andersom is minstens zo verschrikkelijk. Ik vind het hoogst irritant als ik iets niet kan vinden in de supermarkt. Als er niets blijft zoals het is. Als er plots geen mandjes zijn of de muziek veel te hard staat voor een supermarkt. Met teveel dynamische kwaliteit valt niet te leven. Dan valt alles uiteen.

Dynamische kwaliteit beweegt zich altijd af van de statische kwaliteit. Altijd op weg naar beter. Dynamische kwaliteit wil niets met statische kwaliteit te maken hebben. Het wil zich nooit en te nimmer vastleggen aan regels. Dynamische kwaliteit is Tao. Het is het leven zelf. Het beweegt altijd in de richting waar ze het minst te vangen is. Creativiteit!

Ik kom weer thuis. Die wandeling door de regen was goed. Ik zet mijn computer weer aan en lees nog snel de nieuwste twitterberichten. Twitter. Ook zoiets. Als je een geschiedenis van de communicatie zou maken dan zul je zelf zien dat de wijze van communicatie die het minst vastligt aan regels en tijd de meeste voorkeur geniet. Twitter is op dit punt de beperkingen van email en sms voorbij. Dynamische kwaliteit. Maar is het een blijvertje? Heeft het genoeg in zich om wortels in de grond te krijgen? Het leven wordt niet eenvoudiger zo voor op de trein der ervaringen. Maar met je neus in deze “wind of change” heb je tenminste het gevoel dat je leeft.

Het is inmiddels donker buiten. Ik hoor geen regen meer. Ik open de gordijnen om te kijken of het gestopt is met regenen. Ik zie de maan? Hoe kan dat nou? De kerk reflecteert de maan precies mijn kamer binnen. Dat is me nooit eerder opgevallen. Die verdraaide oude kerk. Alsof ie mee heeft zitten lezen terwijl ik hier vandaag heb zitten typen. Wonderlijk.

2 reacties:

karinwinters zei

ben blij dat de weersvoorspellingen niet best zijn, wat hogere temparatuur maar lekker grijs. Je blogposts bij stralend zomerweer zijn vast minder mooi.

Alex Peeters zei

Hoi Kobus, wat een mooie verhalen toch...

Na het lezen van je blogs over kwaliteit zou je bijna kunnen stellen dat de leerling (uit deel II) die glunderend beseft iets nieuws te kunnen op het randje van dynamische kwaliteit (uit deel III) leeft?
(er mag op deze stelling geschoten worden ;-))

Zelf ben ik er inmiddels een paar jaar achter dat ik me graag laat prikkelen door nieuwe dingen te doen en/of beheersen.

Je blogs zijn in elk geval wel inspirerend!

Groetjes,

Alex